Doel van de consumentenbescherming
De wetgeving over de bescherming van consumenten geeft de consument - dat is een natuurlijke persoon die koopt buiten een beroepsactiviteit - een zeer grote bescherming wanneer hij aankoopt van een beroepsverkoper. Van een beroepsverkoper wordt vermoed dat hij kennis heeft van conformiteitsgebreken, terwijl men dat van een occasionele verkoper zal moeten bewijzen.
Garantie en vermoeden
De bescherming van de consumenten bestaat in essentie uit een garantietermijn, gecombineerd met een (weerlegbaar) vermoeden dat niet-conformiteit die zich nadien voordoet, al aanwezig was op het ogenblik van de levering.
Termijnen
De consumentenbescherming werd ingevoerd bij wet van 1 september 2004 en voorzag in een garantie van 2 jaar en een vermoeden van 6 maand.
Voor andere consumptiegoederen dan levende dieren werd bij wet van 20 maart 2022 de termijn van het vermoeden opgetrokken van 6 maand naar 2 jaar met nog steeds een garantie van 2 jaar. Voor levende dieren bleven de oude termijnen gelden (garantie van 2 jaar en vermoeden van 6 maand). Die oude regelgeving blijft voor levende dieren van toepassing op overeenkomsten gesloten sinds 2005 tem 30 april 2024.
Door de wet van 1 februari 2024 werd de wetgeving over consumentenbescherming bij levende dieren aangepast in de zin dat de garantietermijn van 2 jaar naar 1 jaar werd teruggebracht en het vermoeden van 6 maand naar 1 jaar werd opgetrokken. Die nieuwe wetgeving wordt van toepassing op de verkopen vanaf 1 mei 2024.
De verkoper is verplicht tot “onverwijlde” kennisgeving zodra een gebrek zich manifesteert. De koper moet het dier zo snel als mogelijk ter beschikking stellen van de verkoper, dan wel een dierenarts naar keuze te consulteren.
De rechtsvordering verjaart 1 jaar na vaststelling van het gebrek. Dus zeker proberen in der minne te regelen, maar let op voor die termijn.
Verkoop door een professioneel verkoper aan een consument
De wet op de consumentenbescherming is enkel van toepassing op de verkoop van consumptiegoederen/levende dieren door een professionele verkoper aan een consument. Dus de verkoper moet beroepsverkoper zijn en de koper moet een particulier zijn.
a. Wie is beroepsverkoper?
Of al dan niet sprake is van een beroepsactiviteit dient in concreto te worden beoordeeld, rekening houdend met onder meer de criteria van regelmaat en organisatie, winstoogmerk en het aantal aangeboden dieren (vgl: HvJ 4 oktober 2018, C-105/17, Kamenova).
De inschrijving in de KBO wijst erop dat een natuurlijk persoon optreedt in het kader van zijn beroepsactiviteit, maar is op zich geen vereiste om als professioneel verkoper te kunnen worden beschouwd.
Zoals blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie kan ook een professioneel die tussenpersoon voor een particulier is en die de consument-koper niet naar behoren op de hoogte heeft gebracht van het feit dat de eigenaar van het verkochte dier een particulier is, als een verkoper worden beschouwd (HvJ 9 november 2016, C-149/15, Wathelet).
b. Wie is consument?
Consument is een natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit.
Rechtspersonen en de overheid zijn uitgesloten van het toepassingsgebied.
Levende dieren
Deze wetgeving geldt voor alle levende dieren, dus zowel voor goudvissen, katten, honden, paarden, …
Overeenkomsten tot levering van nog niet geboren dieren vallen ook onder de consumentenbescherming voor levende dieren.
Conformiteit
De verkoper moet verzekeren dat alle informatie over het dier in de verkoopovereenkomst overeenstemt met de realiteit. Het geleverde dier moet conform zijn aan wat verkocht werd.
Zowel koper als verkoper doen er goed aan voorafgaandelijk aan de (ver-)koop een schriftelijke beschrijving te geven van het verkochte dier. Een grondige veterinaire keuring voorafgaandelijk aan de verkoop biedt bescherming, zowel aan de verkoper als aan de koper.
Als de koper een specifieke bestemming wil geven aan het dier, moet hij dat melden aan de verkoper. In functie van het bewijs doet hij dat best schriftelijk. Bv. een pony voor een beginnend ruitertje.
Er zijn subjectieve conformiteitscriteria. Dat zijn specifieke criteria voor concrete verkopen: leeftijd, geslacht, ras en herkomst van het dier en desgevallend meegedeeld en aanvaard bijzonder gebruik.
Daarnaast zijn er ook objectieve conformiteitscriteria. Dat zijn criteria die op alle verkopen van toepassing zijn: geschiktheid voor normaal gebruik, instructies over vaccinatie, ontworming, leefruimte, voeding en verzorging), kwaliteiten die men steeds kan verwachten. Contractuele afwijkingen van objectieve conformiteitscriteria.
Weerlegbaar vermoeden
Wanneer de wet op de consumentenkoop van toepassing is geldt er een vermoeden dat elk conformiteitsgebrek dat zich voordoet binnen het jaar na de levering, er al was ten tijde van de levering. Op grond van de wet op de consumentenkoop blijft de verkoper – behoudens tegenbewijs - aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming dat zich manifesteert binnen het jaar na de levering.
Het tegenbewijs
Het is aan de professionele verkoper om te bewijzen dat:
- Het conformiteitsgebrek niet bestond bij de levering:
De verkoper moet dus het bewijs leveren van een negatief feit. Artikel 8.6 van het Nieuw BW zegt: ‘Onverminderd de verplichting tot medewerking van alle partijen aan de bewijsvoering, kan hij die de bewijslast heeft van een negatief feit, genoegen nemen met het aantonen van de waarschijnlijkheid van het feit’. Omdat een negatief feit moeilijk/onmogelijk te bewijzen is met een redelijke mate van zekerheid (artikel 8.5 Nieuw BW), volstaat de bewijsvoering van een negatief feit door het aantonen van de waarschijnlijkheid van het negatief feit.
- Het vermoeden onverenigbaar is met de aard van het consumptiegoed. Bv. een peesblessure aan een paard waarvan aangetoond kan worden dat het zeer regelmatig sportprestaties leverde, plots na een zware wedstrijd een peesblessure blijkt te hebben.
- Het conformiteitsgebrek onverenigbaar is met de aard van het gebrek. Bv. een paard waarvan aangetoond werd dat het regelmatig werd ontwormd vertoont 9 maand na de levering een zware worminfectie
- Het vermoeden onverenigbaar is met de aard van het gebrek. Bv. een paard vertoont 2 maand na de levering een ziekte waarvan de incubatieperiode één week bedraagt. In dat geval bewijst de verkoper dat het gebrek later/ pas na de levering is ontstaan.
Niet elke afwijking van het ideaal is automatisch een gebrek aan overeenstemming. De verwachtingen van de koper zijn afhankelijk van o.a.:
- De diersoort: bv. goudvis versus raspaard
- Het ras: bv. Belgisch Trekpaard versus
- De leeftijd: bv. veulen versus volassen sportpaard
Bepaalde onderliggende aandoeningen, zoals het asymptomatisch drager zijn van opportunistische pathogenen (in normale omstandigheden onschadelijke ziektekiemen), moeten niet noodzakelijk als een conformiteitsgebrek worden beschouwd. Die zijn immers haast standaard bij een levend dier aanwezig, maar de ziekte die ze veroorzaken, komt slechts onder bepaalde omstandigheden (bv. een slechte voeding en stress) tot uiting. Bv. Bacteriën die elk paard heeft maar onder normale omstandigheden geen hinder veroorzaken.
Remedies
In het kader van de consumentenkoop heeft de consument het recht om – behoudens onmogelijkheid/ disproportionaliteit - van de verkoper het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging van het goed te vragen, behalve wanneer dit onmogelijk of buiten verhouding zou zijn.
Voor levende dieren zijn er maximumbedragen voor de herstelkosten, met name een maximum van:
- 300 % op de schijf tot 500 euro
- 200 % op de schijf van 500,01 – 1.500 euro
- 100 % op de schijf tot 1.500 euro.
Die maximumbedragen gelden niet als de verkoper te kwader trouw was.
De regel is dat het de verkoper is die de dierenarts kiest. Alleen als de onmiddellijke tussenkomst van een dierenarts voor de gezondheid van het dier noodzakelijk is, heeft de consument/koper de vrije keuze van dierenarts.
De consument/koper kan ook kiezen voor de ontbinding van de koop of evenredige prijsvermindering.
Onder de oude wetgeving had de consument/koper bij voorrang recht op het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging. Die voorrang gold niet alleen voor de consument, maar ook voor de verkoper, aan wie aldus de mogelijkheid werd geboden de gebrekkige levering te remediëren. Enkel subsidiair was de consument gerechtigd om van de verkoper een passende prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst te eisen. De consument was hiertoe slechts gerechtigd indien hij geen aanspraak kon maken op herstelling of vervanging, of indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument de herstelling of vervanging had gedaan. Het feit dat dieren geen zaken zijn, maar wezens met gevoelens en er tussen de koper en het dier mogelijk een emotionele band is ontstaan, deed daar geen afbreuk aan.
In de nieuwe regelgeving is die subsidiariteit er niet meer. Juist omwille van de persoonlijke band die een koper heeft met een levend dier kan de koper in de nieuwe wetgeving vrij kiezen tussen de mogelijke remedies. De koper kan dus steeds kiezen voor evenredige prijsvermindering en met uitzondering van disproportionaliteit ook voor ontbinding van de koop.
De consument kan een morele schadevergoeding vorderen van maximaal 10 % van de aankoopprijs. Die beperking geldt niet bij kwade trouw..
Autopsie
In geval van overlijden van het dier als gevolg van een conformiteitsgebrek betaalt de verkoper de kosten terug van een onafhankelijke autopsie die de consument heeft laten uitvoeren voor zover deze noodzakelijk is voor de vaststelling van een conformiteitsgebrek.
Dwingend recht
Het is niet mogelijk contractueel de consumentenbescherming in te perken. Men kan geen contract sluiten dat ingaat tegen deze regelgeving. Doet u dat toch, dan is die contractuele afwijking nietig.
Wat wel kan is de garantie uitbreiden:
- Contractueel langere garanties toestaan
- Bijkomende (commerciële) garanties geven.
Nadat zich een gebrek heeft voorgedaan kunnen de partijen een minnelijke regeling uitwerken.
Bevoegde rechter
In België is de vrederechter bevoegd voor consumentengeschillen tot €5000. Als het geschil de €5000 overschrijdt, dan is de rechtbank van eerste aanleg bevoegd. Bij grensoverschrijdende consumentengeschillen binnen de EU, kan de consument ook terecht bij de Europese consumentenorganisaties.
Ook wanneer de consumentenbescherming niet van toepassing is kunnen er voor de koper rechtsgronden zijn om de verkoper aan te spreken
Als niet verkocht werd van professioneel aan particulier, bv. van particulier aan particulier of van particulier aan professioneel is de wet op de consumentenkoop niet van toepassing.
Dat wil niet zeggen dat er voor de koper, die zich niet kan beroepen op consumentenbescherming geen rechtsmiddelen zouden zijn om de verkoper aan te spreken.
Ook wanneer de consumentenbescherming niet van toepassing is blijft de verkoper gehouden de leveringsplicht te respecteren in die zin dat hetgeen geleverd wordt moet beantwoorden aan hetgeen de koper kocht.
Naast de niet-conforme levering zou de koper eventueel beroep kunnen doen op “dwaling” of “bedrog”, doch dit is advocatenwerk. Het door de verkoper achterhouden voor de koper van informatie over negatieve eigenschappen van een paard, kan als bedrog weerhouden worden.