Aansprakelijkheid en paarden 05/07/2022 <1 min

Hierna een kort overzicht van de algemene regels van burgerlijk recht, inzake aansprakelijkheid en paarden

Wanneer iemand door zijn fout of nalatigheid schade veroorzaakt dan is hij daarvoor aansprakelijk en moet hij de schade vergoeden.


Daarnaast is er nog een specifieke regeling voor aansprakelijkheid voor dieren.

Naast de aansprakelijkheid voor schade die het paard door eigen gedragingen kan veroorzaken, is er ook nog een andere aansprakelijkheid. Op een stalhouder rust namelijk een algemene zorgplicht. Dat betekent kort gezegd dat de stalhouder verplicht is om het paard als een goed huisvader te stallen en te verzorgen.

In Beeld
14/10/2022 13:02
Deel deze info:

De aansprakelijkheid voor paarden ligt bij de bewaarder van de paarden.

De wet
Artikel 6.17 van het nieuwe Belgische Burgerlijk Wetboek (ingevoerd via Boek 6, in werking vanaf 1 januari 2025) regelt de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren en vervangt het oude artikel 1385 van het Oud Burgerlijk Wetboek. 

Art. 6.17. Aansprakelijkheid voor dieren 
De bewaarder van een dier is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dit dier. De bewaarder is de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over het dier. De eigenaar wordt vermoed bewaarder van het dier te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust.

Dit is een foutloze risicoaansprakelijkheid voor de bewaarder. Ook als de bewaarder geen enkele fout heeft begaan blijft hij aansprakelijk. 

Artikel 6.17 NBW verduidelijkt en codificeert decennialange rechtspraak op basis van artikel 1385 OBW:

  • De aansprakelijkheid ligt bij de"bewaarder"

Artikel 6.17 verduidelijkt wie aansprakelijk is. Het is de persoon die de "niet-ondergeschikte macht van leiding en controle" heeft over het dier. Dit is doorgaans de eigenaar, tenzij deze kan bewijzen dat de bewaring aan een ander is overgedragen, bv. aan een pensionstalhouder of aan een ruiter. Het criterium is de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle over het dier hebben. Er wordt hierbij rekening gehouden met de concrete omstandigheden.

Ons Hof van Cassatie omschrijft het begrip "bewaarder" als het rechtssubject dat (op het ogenblik dat het dier schade heeft veroorzaakt) het volledige meesterschap over het dier heeft. Dit slaat op een niet ondergeschikte macht van leiding en toezicht zonder de tussenkomst van de eigenaar. De bewaarder moet aldus de macht hebben om het dier te gebruiken als ware hij zelf de eigenaar.
Het begrip "bewaring van het dier" is een wettelijk begrip, maar toch laat het aan de rechters ten gronde een belangrijke beoordelingsvrijheid. Dit alles houdt in dat het meesterschap over een dier, beoordeeld wordt bij de feiten zelf en op het ogenblik dat de schade door het dier werd veroorzaakt.
De bewaarder van een dier is degene die zich op het ogenblik van de feiten gedragen heeft zoals een effectieve eigenaar dat zou doen. De bewaarder moet het lot van het dier in eigen handen hebben.
Bij het beoordelen van geschillen zal vooral gekeken worden wie de bewaring over het paard had, met andere woorden, wie de toezichthouder is.

  • Het slachtoffer moet aantonen dat de veroorzaakt werd door het "feit van het dier”

Het slachtoffer moet aantonen dat de schade werd veroorzaakt door de daad van het dier terwijl het onder beheer stond, verdwaald of ontsnapt was. 

  • Wettelijk vermoeden   

Het nieuwe artikel stelt expliciet dat de eigenaar wordt vermoed de bewaarder te zijn, wat de bewijslast verduidelijkt in vergelijking met het oude artikel 1385. Dat vermoeden kan weerlegd worden, bv. doordat het paard toevertrouwd werd aan een pensionstal of een ruiter.

  • Foutloze aansprakelijkheid 

Net als voorheen is er geen nalatigheid (fout) vereist bij de bewaarder; het enkele feit dat het dier schade veroorzaakt, volstaat.

  • Verweermiddelen

 Deze bepaling gaat ervan uit dat de bewaarder van een dier altijd aansprakelijk is. Met andere woorden, als het gedrag van het dier schade veroorzaakt, is de bewaarder van het dier daarvoor aansprakelijk en moet hij de benadeelde partij schadeloosstellen (zelfs al is het dier verdwaald of ontsnapt). 
Deze regel wordt echter iets afgezwakt wanneer er voor het schadeverwekkende feit verscheidene mogelijke oorzaken zijn. De bewaarder kan bv. aansprakelijkheid ontlopen door te bewijzen dat het gedrag van het dier te wijten was aan een fout van het slachtoffer of een derde. 
Artikel 6.17 is een modernisering die de onduidelijkheden uit het "oude" art. 1385 BW wegneemt door duidelijker definities te geven van de bewaarder en de aard van de aansprakelijkheid. 

Contractueel uitsluiten van aansprakelijkheid:
Art. 6.17  NBW gaat uit van een wettelijk en niet- weerlegbaar vermoeden van schuld.

Van deze basisregel kan contractueel afgeweken worden. In een pensionstalovereenkomst kan bv. bepaald worden dat de manegehouder voor dergelijke schadegevallen niet aansprakelijk is.

Het uitsluiten of beperken van de aansprakelijkheid mag niet leiden tot een onevenwicht in de relatie tussen de contractspartijen. Er bestaan daarom drie belangrijke uitzonderingen op de principiële geldigheid van het exoneratiebeding. Zo mag een exoneratiebeding:

  1. niet strijdig zijn met het dwingend recht of de openbare orde en goede zeden;
  2. de schuldenaar niet bevrijden van zijn aansprakelijkheid voor zijn eigen opzet; en
  3. de overeenkomst niet uithollen.

Verder is van belang dat een exoneratiebeding wordt beschouwd als uitzondering op de wettelijke aansprakelijkheid en restrictief moet worden geïnterpreteerd. Dit heeft o.a. tot gevolg dat een exoneratiebeding zeer duidelijk moet worden opgesteld, zodat het geen ruimte laat voor interpretatie of discussie. Zo niet, loopt u het risico dat het beding buiten toepassing wordt gelaten.

Andere gronden om niet aansprakelijk gesteld te worden:

De bewaarder van het dier (bv. de pensionstalhouder) kan zijn aansprakelijkheid ontlopen door aan te tonen dat de schade is ontstaan door een vreemde oorzaak. Dit kan bestaan uit overmacht, de fout van een derde of de fout van de benadeelde zelf. Daarvoor ligt de bewijslast dan bij de bewaarder.

Op basis van concrete feitelijke omstandigheden kan risicoaanvaarding toegepast worden. Dat houdt in dat men zelf moet instaan voor de normaal te voorziene risico’s. Dat zal beoordeeld worden in functie van de concrete omstandigheden waarin een schadegeval zich voordeed. Daarbij is het de vraag of het schadeverwekkend dier zich abnormaal of onvoorzienbaar heeft gedragen.

20/02/2026 11:54
Deel deze info:

Algemene zorgplicht

De stalhouder neemt het paard in bewaring en heeft als bewaarnemer de plicht om als een goed huisvader het toezicht op het paard uit te oefenen.

De stalhouder moet steeds handelen met de algemene zorgplicht in gedachten waarbij hij het belang van het paard vooropstelt en ervoor zorgt dat de paarden naar behoren worden verzorgd en veilig zijn.

Van de pensionstalhouder mag dus verwacht worden dat hij toezicht houdt op het welzijn van de paarden die aan hem zijn toevertrouwd en dit ook als de eigenaar van het paard al enige tijd niet meer op de stal is geweest of achterstaat met de betaling van zijn stalgeld. Het betreft een wettelijke zorgplicht.

Of partijen al dan niet een stallingsovereenkomst hebben gesloten, heeft geen invloed op de algemene zorgplicht van de stalhouder ten aanzien van de paarden die bij hem zijn ondergebracht.

De pensionstalhouder dient steeds preventief en proactief op te treden.

Op de bewaarnemer rust de plicht om aan de in bewaring gegeven zaak dezelfde zorg te besteden als hij aan de bewaring van zijn eigen zaken besteedt. De bewaarnemer is niet aansprakelijk voor gevallen van overmacht tenzij hij voorafgaand reeds in gebreke werd gesteld om de in bewaring gegeven zaak terug te geven. De bewaarnemer moet uiteindelijk de zaak zelf, die hij in bewaring heeft ontvangen, teruggeven. De zaak moet worden teruggegeven in de staat waarin deze zich op het ogenblik van teruggave bevindt. Beschadigingen aan de in bewaring gegeven zaak die buiten het toedoen van de bewaarnemer zijn ontstaan komen voor rekening van de bewaargever. De zaak moet worden teruggegeven zodra de bewaargever erom vraagt, zelfs al is in het contract een bepaalde tijd voor de teruggave vastgesteld. De bewaargever is verplicht aan de bewaarnemer de kosten te vergoeden die deze voor het behoud van de in bewaring gegeven zaak gemaakt heeft, en hem schadeloos te stellen voor alle verliezen die de bewaargeving voor hem heeft teweeggebracht. De bewaarnemer is gerechtigd om de in bewaring gegeven zaak te behouden tot de gehele voldoening van hetgeen hem wegens de bewaargeving verschuldigd is.

Wat dat dan precies inhoudt, wordt per situatie ingevuld aan de hand van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval.

Bij de zorgplicht van de stalhouder kan bijvoorbeeld aan het volgende gedacht worden:

  • tijdig handelen wanneer een paard ziekteverschijnselen vertoont, minstens de eigenaar van het paard hierover informeren en indien nodig inschakelen van een dierenarts (bijvoorbeeld bij koliek);
  • zorgen voor een goed onderhouden en veilige accommodatie om zo gevaarlijke situaties voor paard en eigenaar te voorkomen;
  • het aangeboden kracht- en ruwvoer moet van goede kwaliteit te zijn;
  • er voor zorgen dat de weides vrij zijn van bloemen, planten of (vruchten van) bomen die schadelijk kunnen zijn voor het paard;
  • De stalhouder neemt maatregelen om te voorkomen dat kwaadwillige bezoekers zijn terrein betreden alsook;

Indien er zich een incident voordoet dan dient de stalhouder de schade zoveel mogelijk te beperken.

Schend je als stalhouder je zorgplicht, dan kun je aansprakelijk zijn voor de schade die daardoor is ontstaan aan het paard, aan de eigenaar en/of aan andere derde personen.

Het belang van een goede stallingsovereenkomst

De stalhouder neemt het paard in bewaring en heeft als bewaarnemer de plicht om als een goed huisvader het toezicht op het paard uit te oefenen. Wie welke delen van de verzorging op zich neemt is afhankelijk van de afspraken tussen de eigenaar en de stalhouder. Een correct opgestelde stallingsovereenkomst geeft duidelijkheid aan partijen en kan toekomstige discussies vermijden.

Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald welk voer er wordt gegeven, een regeling omtrent de weidegang en het gebruik van de stapmolen en paddock, onderhoud paardenbox, periodieke ontworming van het paard, enz.

Indien de pensionstalhouder zich niet houdt aan de gemaakte afspraken en het paard hierdoor gewond raakt of ziek wordt dan kan de eigenaar van het paard de stalhouder aanspreken op grond van wanprestatie.

Maak contractuele afspraken over aansprakelijkheid

Naast concrete feitelijke zaken kunnen ook meer juridische aangelegenheden zoals aansprakelijkheid, verzekering, risico aanvaarding en wanbetaling in de stallingsovereenkomst worden vastgelegd.

Bijvoorbeeld kan je vastleggen dat:

  • de klant zelf aansprakelijk is en blijft voor schade die het paard door eigen gedragingen veroorzaakt.
  • de klant verplicht is om zijn paard en spullen zelf te verzekeren tegen brand, diefstal en andere schade;
  • de stalhouder niet aansprakelijk is voor schade aan het paard, tenzij de stalhouder de zorgplicht heeft geschonden zodat de stalhouder enkel aansprakelijk is als er echt iets valt te verwijten;
  • de aansprakelijkheid van de stalhouder beperkt blijft tot:
    • het bedrag waarop diens aansprakelijkheidsverzekering aanspraak geeft;
    • bv. maximaal driemaal het bedrag dat door de stalhouder in een kalenderjaar in rekening is gebracht.

Op onze website vindt u modelcontracten: pensionstal, halve stal en contracten voor het africhten van paarden: https://www.paarden.vlaanderen/nl/themas/Ondernemen-in-de-paardensector/Modelcontract-voor-de-stalling-van-paarden

Het belang van een degelijke verzekering

Zowel voor de stalhouder van de klant is het van belang te beschikken over een degelijke verzekering, afgestemd op de stallingsovereenkomst.

De rechtbank beslist:

Wij zijn niet bevoegd om te oordelen over individuele geschillen. Daar zijn enkel de rechtbanken voor bevoegd. De rechtbank zal oordelen op basis van de feitelijke gegevens van de zaak. Elk schadegeval is specifiek en moet bekeken worden aan de hand van de concrete feitelijke gegevens.

Daarbij zal ook rekening gehouden worden met eventueel contractueel gemaakte afspraken.

Indien u nog vragen zou hebben kan u steeds met ons contact opnemen.