Hoe beëindig je een pensionstalovereenkomst? 17/02/2026 2 min

Wij adviseren steeds te pogen betwistingen in der minne op te lossen, met begrip voor ieders bekommernissen.
Bij vertrek heeft een pensionstalhouder geen recht om een paspoort achter te houden. Het paard moet steeds vergezeld zijn van het paspoort.
Soms wil een pensionstalhouder of een klant een eind maken aan de pensionstalovereenkomst.

Dat kan ofwel door een opzeg, ofwel door een ontbinding. Ontbinding kan zowel gerechtelijk als buitengerechtelijk.

Voor een opzeg is er geen motivering nodig. Bij een opzeg moet wel de opzegtermijn gerespecteerd worden of de daaraan corresponderende vergoeding betaald. In principe is wat contractueel vastgelegd werd bindend.

Wanneer er geen contract met opzegtermijnen is, zoals bij een mondelinge overeenkomst, dan gaat het om een overeenkomst voor onbepaalde duur. Die kan men steeds beëindigen mits een redelijke opzegtermijn te respecteren. Als er geen overeenstemming is over de te respecteren opzegtermijn dan beslist de rechtbank. Over het algemeen wordt een opzeg van één tot drie maand als redelijk beschouwd. 

Dat is anders wanneer u het contract wenst te beëindigen door het te ontbinden. Dat kan ingeval van wanprestatie door de andere partij. Daartoe zijn concrete tekortkomingen vereist. Bv. een klant die niet betaalt of een stal die paarden verwaarloost. Het is belangrijk dat u die tekortkomingen kan bewijzen, bv. door foto’s, een aangifte bij de dienst dierenwelzijn of de politie, …
 
De ontbinding kan zowel gerechtelijk als buitengerechtelijk. Een gerechtelijke ontbinding wordt uitgesproken door de rechtbank. In dat geval wordt de tegenpartij gedagvaard wegens wanprestatie. Als de rechtbank dan oordeelt dat die wanprestatie de ontbinding van het contract rechtvaardigt spreekt zij de ontbinding uit. De gerechtelijke ontbinding kan maanden of zelfs jaren aanslepen vooraleer de rechter een uitspraak velt. Als er gronden zijn om een overeenkomst te beëindigen wegens wanprestatie is dergelijk tijdverlies niet acceptabel.
 
Voor dergelijke situaties biedt het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) als oplossing de buitengerechtelijke ontbinding. Die gebeurt door een schriftelijke kennisgeving, zonder voorafgaand beroep op de rechter. Deze wijze van ontbinding geeft de mogelijkheid om meteen in te grijpen. Het nieuwe artikel 5.93 BW onderwerpt de buitengerechtelijke ontbinding aan dezelfde grondvoorwaarde als die voor de gerechtelijke ontbinding: “de aanwezigheid van een voldoende ernstige niet-nakoming om de ontbinding te rechtvaardigen”. Verder heeft de wetgever voorzien dat de schriftelijke kennisgeving melding moet maken van de tekortkomingen die de buitengerechtelijke ontbinding rechtvaardigen. Dit laatste om de andere partij te beschermen en een rechterlijke controle naderhand mogelijk te maken. Deze rechterlijke controle zou in het geval dat de ontbinding foutief blijkt, kunnen leiden tot sancties. Deze ontbinding geschiedt dus ‘op eigen risico’.
 
Concreet betekent dit dat men kan overgaan tot de buitengerechtelijke ontbinding als er ernstige tekortkomingen zijn in de uitvoering van de overeenkomst. Bij betwisting beslist de rechtbank daarover. Dat kan als de overeenkomst niet correct wordt uitgevoerd.